Wat kunnen ouders doen om pesten te voorkomen?

25 september 2020
Deel via:

Pesten voorkomen? Veel ouders vragen zich af of dit mogelijk is.

Deze week is het de nationale ‘week tegen het pesten’.

Hoe hard het nodig is om aan dit thema aandacht te besteden blijkt uit onderstaande cijfers:

 

 

In 2018 heeft 10% van de kinderen in het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs aangegeven minstens één keer per maand slachtoffer te zijn geweest van pesten. Dat blijkt uit deze gegevens van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI).

 

De NOS meldde vorige week nog dat dit aantal waarschijnlijk veel hoger ligt. Zeker 60% van de kinderen tussen de 9 en 13 jaar wordt gepest of is ooit gepest, uiteenlopend van enkele keren per maand tot enkele keren per week. Maar liefst 14% van deze kinderen wordt op dit moment nog steeds gepest. Uit een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het NOS Jeugdjournaal, blijkt dat alle ondervraagde kinderen wensen dat er in de klas, op school en in hun omgeving meer aandacht komt voor het aanpakken van pesten. Pesten gebeurt vaak buiten het zicht van leerkrachten en docenten. Daarom is pesten aanpakken ook niet eenvoudig voor scholen. Laat staan pesten voorkomen. Praten over pesten vinden kinderen vaak moeilijk. Ze hopen dat het vanzelf weer over gaat, ze schamen zich, of ze zijn bang dat het erger wordt.

 

De aanpak van pesten: welke rol kunnen ouders hebben?

 

Dat het aanpakken van pesten hoog op de agenda van scholen staat moge duidelijk zijn. Maar welke rol is er weggelegd voor ouders? Wat kunnen ouders doen om pesten te voorkomen? Om je kind te helpen sterker in zijn schoenen te staan? Hoe verklein je de kans dat jouw kind gaat pesten of gepest gaat worden?

 

Hierover gaan we in gesprek met Tahnee Kerbusch en Shanna Boetskens, schoolmaatschappelijk werkers in deze regio bij Partners in Welzijn. Wat weten zij vanuit hun dagelijkse praktijk over pesten? Welke nuttige tips hebben zij voor ouders en kinderen? Is pesten te voorkomen?

 

Pesten en plagen

 

Maar wat is pesten nu precies? Tahnee legt uit wanneer we van pesten kunnen spreken: “Bij pesten is er altijd sprake van een machtsverschil tussen kinderen. Het ene kind heeft er bijvoorbeeld lol in, terwijl het andere kind dit niet zo ervaart. Het pestgedrag gaat één richting op en is vaak gericht tegen hetzelfde kind. De pester kwetst het andere kind, bewust of onbewust. Het is moeilijk te stoppen. Pesten gebeurt meestal meer dan één keer, dus structureel. Het is belangrijk om een onderscheid te maken met plagen. Er wordt wel eens gesuggereerd dat plagen eenmalig is, in tegenstelling tot het structurele karakter van pesten. Maar wat we niet moeten uitvlakken, is de beleving die een kind hier zelf bij heeft. Sommige kinderen vinden het bijvoorbeeld wél pesten wanneer het maar één keer is voorgekomen door dit specifieke kind. Als je daarvoor al tig keer bent geplaagd/gepest door andere kinderen, kan deze ene keer echt aanvoelen als pesten. Het omgekeerde is ook waar: er zijn ook kinderen die iets als plagen zien, terwijl ze steeds weer opnieuw het haasje zijn. Onze conclusie is dan ook: we spreken van pesten als een kind dat zo beleeft. Het is belangrijk om dit als ouder en als leerkracht serieus te nemen, daar kun je niets aan afdoen. Ga open in gesprek met het kind over wat pesten met je kan doen. Over de eventuele oplossing en de rol die een kind hier zelf in heeft kun je uiteraard wel in gesprek gaan.”

 

De rollen binnen het pesten

 

Shanna vervolgt: “Op sommige plekken is pesten aan de orde van de dag. Hopelijk is jouw kind niet degene die de pester of het slachtoffer is. Maar dat wil niet zeggen dat je kind dan geen invloed kan hebben. Omstanders hebben namelijk vaak een grotere rol dan ze zelf denken! Zij kunnen de pester laten stoppen, door er bijvoorbeeld geen aandacht aan te schenken, door niet mee te lachen. Of door zelfs openlijk aan te geven, dat het niet fijn is voor de ander! Maar dat vinden veel kinderen best moeilijk merken wij, omdat ze bijvoorbeeld bang zijn om zelf gepest te worden. Of omdat ze denken dat ze zich er beter niet mee kunnen bemoeien. Het bang zijn om zelf gepest te worden kan ook reden zijn voor een kind om zich min of meer aan te sluiten bij de pester, om bij een groepje te willen horen. Meeloopgedrag is een groot onderdeel van de pestproblemen die er tussen kinderen kunnen zijn. Meelopers geven een pester macht, zonder deze macht is hij/zij echter nergens!”

 

Zelfvertrouwen is de basis

 

Tahnee legt uit dat het hebben van zelfvertrouwen een hele belangrijke factor is in het omgaan met pesten, maar ook in het voorkomen ervan. “Kinderen die lekker in hun vel zitten, zullen minder snel de behoefte hebben om te gaan pesten. Ze hebben het niet nodig om zich door pesten beter te gaan voelen dan een ander, want dát is vaak wat er schuilgaat achter dat machtsspel tussen kinderen. Ook zijn kinderen die zelfvertrouwen hebben, hun kwaliteiten kennen en oké zijn met zichzelf, minder vatbaar voor de pesterijen van andere kinderen. Dit is een belangrijk onderdeel van wat ouders kunnen doen om pesten te voorkomen.”

 

‘Het krukje’

 

Shanna en Tahnee demonstreren dit door middel van een krukje met drie poten. “Wanneer één van die 3 poten weg is, raakt zo’n krukje uit balans. Je kunt er niet meer op zitten. Zo werkt dit eigenlijk ook bij het zelfvertrouwen van kinderen.”

 

Poot 1 staat voor positief zelfbeeld

 

“Het is belangrijk om te praten over de positieve eigenschappen van je kind. Benoem ze, wanneer je maar kan. Bedenk maar eens hoe lastig je het zelf vindt om zelf je positieve eigenschappen te benoemen… Hoe fijn is het dan voor je kind als zijn papa of mama hem daar mee helpt?”

 

Wat als je merkt dat je kind het moeilijk vindt om deze positieve woorden te ‘horen’ of te onthouden? Veel kinderen en volwassenen hebben de neiging om alleen het negatieve op te slaan. In dat geval kun je je kind vragen om elk compliment dat het krijgt op een dag,  elke fijne eigenschap die het zelf kan bedenken of toebedeeld krijgt door anderen, eens op te schrijven. Kies hiervoor een vast moment, bijvoorbeeld voor het slapen gaan. Zo wordt het een dagelijkse gewoonte. Deze complimenten kunnen bijvoorbeeld op ‘post it’s’ geschreven worden, zodat je kind deze op een zichtbare plek kan plakken. Op de spiegel aan de kast, of wellicht iets minder zichtbaar aan de binnenkant van de deur van de kledingkast. Zo wordt je kind min of meer ‘gedwongen’ om deze mooie woorden herhaaldelijk onder ogen te komen, te lezen. Hopelijk beklijft het dan uiteindelijk!

“Ook is het belangrijk om je kind niet te vergelijken met anderen (broers of zusjes bijvoorbeeld). Dat maakt onzeker, terwijl je juist wil dat je kind zich meer oké gaat voelen met zichzelf.”

 

Poot 2 staat voor verantwoordelijkheid nemen en krijgen

 

“Als je kind een opdracht uitvoert waar het succes ervaringen mee kan opdoen, groeit het zelfvertrouwen. Vraag je kind bijvoorbeeld eens om iets kopen in de winkel. Hoe je dit aanpakt, moet natuurlijk wel passend zijn bij de leeftijd. Een kleuter is al heel trots op zichzelf als het zelf het geld aan de kassière mag geven. Terwijl een kind uit groep 5 al best alleen een pak koekjes kan halen in de supermarkt (desnoods met jou buiten op wacht). Een kind in groep 8 kan al zelfstandig alle ingrediënten voor het avondeten halen en zelf naar de winkel fietsen. Foutjes maken hoort erbij en dat mag natuurlijk altijd. Bedenk daarom ook hoe je er voor je kind kunt zijn áls er iets mis gaat, uiteraard weer passend bij de leeftijd.”

 

Poot 3 staat voor positieve feedback

 

“Het is belangrijk voor een kind om te weten dat het gewaardeerd wordt. Naast de eerder genoemde complimentjes, kun je dit doen door ‘simpelweg’ liefde en waardering te tonen. Maak regelmatig tijd vrij voor je kind  waarop je échte aandacht kunt hebben (beter een aantal keer per dag kort dan één keer lang!) Erken de gevoelens die je kind heeft, ook de negatieve. Het gedrag dat vanuit deze emoties kan ontstaan, zoals bijvoorbeeld schreeuwen of slaan, mag je uiteraard afkeuren. Maar het gevoel dat er achter zit, in dit geval vaak boosheid of verdriet, is belangrijk om te erkennen. “

 

Het goede voorbeeld geven

 

Shanna vult aan: “Maar het is ook minstens zo belangrijk dat jij als ouder hier ook het goede voorbeeld in geeft. Praat over jezelf in accepterende termen. En bedenk eens voor jezelf: hoe ga jij zelf eigenlijk om met je gevoelens? Stel jij zelf ook grenzen? Kom je voor jezelf op, op een constructieve manier? Zorg jij ook goed voor jezelf? Mag jij fouten maken van jezelf? Kinderen leren veel van hoe het in hun omgeving gaat, vooral van wat ze van hun ouders zien, dus dit is echt een hele belangrijke. Ben jij het voorbeeld dat je graag wil dat je kind heeft? Als het antwoord daarop nee is, en je wil hier graag eens over praten dan is het misschien goed om hiermee aan de slag te gaan, eventueel met hulp van een professional.”

 

Hulp nodig?

 

Tahnee nodigt uit: “Denk jij dat je kind of jij zelf een extra steuntje in de rug kan gebruiken rondom pestproblematiek? Wij kunnen begeleiding bieden aan ouders en aan kinderen. Dus ook om mee te kijken met jullie hoe je pesten kunt voorkomen of aanpakken. Neem dan contact op met de schoolmaatschappelijk werker op jouw school of bel naar Partners in Welzijn. Denk bijvoorbeeld aan het ondersteunen bij contacten met leerkrachten of de intern begeleider op de school van je kind, een weerbaarheidstraining voor je kind of een individueel traject gericht op het vergroten van zelfvertrouwen of het omgaan met pestgedrag. Ook hebben wij korte lijnen met de psychologen kind & jeugd van het CJG en met de Teams Jeugd van de gemeenten als er meer nodig is. Voel je welkom!”

 

 

 

 

 

 

Geplaatst op 25 september 2020 | Categorie Jongeren, nieuws, Schoolkind

Vragen? Neem dan contact op!

Soms lopen de dingen niet zoals gehoopt. Samen met jou zoeken we naar een oplossing! Daarom kun je ons alles vragen over het opvoeden, opgroeien, de verzorging of gezondheid van jouw baby, peuter, kind en jongere. Wie wij zijn? Pedagogen, psychologen kind & jeugd en andere deskundigen. Wij werken in de regio Westelijke Mijnstreek actief samen met huisartsen, jeugdartsen en ketenpartners en denken graag met je mee (en vinden niets gek).

Bel onze professionals

 

Maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur.

Stel je vraag via WhatsApp

 

Maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur.

Onze partners

Opvoeden en opgroeien doe je samen! Wij werken daarom actief samen met gemeenten en partners uit de regio.