Hoogsensitiviteit bij kinderen– hoe ga je ermee om?

19 juni 2020
Deel via:

In gesprek met 2 professionals en een ervaringsdeskundige over hoogsensitiviteit bij kinderen.

 

Was er vroeger in je klas op de basisschool niemand hooggevoelig, nu lijkt het opeens heel veel voor te komen. Een modeterm? “Nee, absoluut niet”, zo vinden professionals Irene Kesselaer (psychosociaal begeleider hoogsenstieve en hoogbegaafde kinderen en mede-eigenaar bij Senzai) en Claudia Sanders (jeugd- en gezinswerker/schoolmaatschappelijk werker bij Partners in Welzijn). “Onderzoek heeft uitgewezen dat de verschillen gewoon te zien zijn in een hersenscan. Naar schatting zijn ongeveer 20% van alle mensen hooggevoelig.” Hierover, en over de kenmerken, is meer te lezen in een eerder verschenen artikel.

 

“Het is eigenlijk jammer dat het woord ‘hoog’ in de term hooggevoelig of hoogsensitief zit”, vertelt Irene. “De term ‘hoog’ impliceert mogelijk dat iets beter is. Wij gebruiken binnen ons werk deze term dan ook liever niet naar de kinderen toe. Ze zijn ‘gewoon gevoeliger’ voor hun omgeving, en hebben daarin een eigen gebruiksaanwijzing, net zoals ieder ander kind”.

 

Gebruiksaanwijzing

 

“Ik ontdekte inderdaad al vroeg dat er het een en ander bij mijn zoon anders verliep dan bij de meeste andere kinderen die ik kende”, vertelt Caro (42 jaar, moeder van een 12 jarige zoon en een 9 jarige dochter). Caro is ervaringsdeskundige; toen haar zoon Jim 7 was is ze met hem in de hulpverlening terecht gekomen. Maar al veel eerder heeft ze noodgedwongen zelf van alles uitgezocht en gelezen, vanwege de grote gevoeligheid en het ‘anders zijn’ van haar eerste kind. “Het was best een eenzame zoektocht. Zo zag ik de baby’s en peuters van mijn vriendinnen allemaal fijn slapen in de buggy of in de auto als het tijd was voor hun middagslaapje. Ze gingen overal mee naar toe. Maar ik moest al mijn activiteiten om het middagdutje heen plannen, want Jim sliep simpelweg nooit zo lang hij dingen had om naar te kijken. Of geluiden om zich heen. Hij moest daarvoor echt in zijn bedje liggen in een rustige kamer”, legt Caro uit. “Ik kreeg wel eens het gevoel dat mijn omgeving vond dat ik te voorzichtig was, of dat ik mij teveel aanpaste aan mijn kind. Pas toen Jim een jaar of 4 was en me steeds meer van dit soort verschillen opvielen, ben ik op het spoor gekomen van hooggevoeligheid. Alles viel op zijn plek. Ik heb er veel over gelezen en ben gaan begrijpen wat er aan de hand was en hoe ik als ouder hiermee om kon gaan.”

 

Geen excuus

 

“Het is belangrijk om de hooggevoeligheid van je kind niet als excuus te gebruiken”, geeft Claudia aan. “Als kinderen nog heel jong zijn hebben ze het meer nodig om beschermd te worden tegen de grote hoeveelheid prikkels die ze zo intens ervaren. Maar naarmate ze ouder worden, is het belangrijk dat ze hier zélf mee leren omgaan. De wereld zit nu eenmaal vol met prikkels. En de hooggevoeligheid gaat nooit weg, die hoort bij je, het is een persoonskenmerk. Welke signalen geeft mijn lichaam als het me teveel wordt? Hoe kan ik dicht bij mezelf blijven? Hoe kan ik goed voor mezelf zorgen terwijl ik in een lawaaierige klas zit? En als volwassene: als ik een drukke dag in de kantoortuin op het werk heb?” Moet een kind dit dan helemaal vanzelf leren? “Ouders en leerkracht kunnen hierbij ondersteunend zijn. Ouders doen er goed aan om, naarmate hun kind verder opgroeit, het van nature aanwezige gevoel van te willen beschermen over te laten vloeien in een meer coachende manier van opvoeden”, legt Claudia uit. “En leerkrachten kunnen ondersteunen door rekening te houden met de prikkelgevoeligheid van een kind bij het geven van een plek in de klas bijvoorbeeld. Een kind dat snel visueel overprikkelt, is het meest gebaat bij een plekje vooraan in de klas waar het niet zoveel andere kinderen kan zien, of juist op een rustige plek achteraan waar weinig om hem heen gelopen wordt. Een kind dat heel gevoelig is voor geluid, kan vaak wél de benodigde concentratie opbrengen als het af en toe gebruik mag maken van oorkappen die het geluid dempen.”

Irene vult aan: “Wij leren kinderen in onze praktijk om de signalen bij zichzelf te gaan herkennen; hoe merk je nu precies aan je lijf dat het je teveel wordt? Krijg je dan rode wangen, warme oren? En wat doe je vervolgens? Vaak zien we dat kinderen bijvoorbeeld nerveus gedrag laten zien (friemelen, wiebelen), of sneller en feller reageren. Bij de hoogbegaafde kinderen zie je vaak nog iets anders; zij voelen zich op school juist (onbewust) eerder onderprikkeld, want het is zo vreselijk saai tijdens de les… Op het moment dat ze naar huis gaan of even buiten mogen spelen, dan gaat het ‘mis’: ze zoeken de prikkels juist op, worden druk, gedragen zich in sociaal opzicht niet zo handig, of ontploffen bij het minste of geringste”.

 

Wanneer is er hulp nodig?

 

Claudia vervolgt: “Dit is vaak het probleem waarmee ook deze kinderen bij het schoolmaatschappelijk werk binnenkomen. Een kind valt op in de klas doordat het zich niet kan concentreren, vaak naar buiten kijkt, veel wiebelt, soms druk doet, in de pauzes ruw speelgedrag laat zien, veel conflicten heeft, of juist in zijn uppie op het schoolplein in een hoekje zit. Als we dan met ouders in gesprek gaan, blijkt vaak dat zo’n kind doodmoe thuis komt na school. Of dat het daar heel snel boos wordt, buikpijn of hoofdpijn heeft en moeilijk kan slapen. Er is dan echt ondersteuning nodig om goed te kunnen duiden wat er achter dit gedrag zit, alle neuzen dezelfde kant op te krijgen en om te ontdekken wat ouders en school zelf kunnen doen om dit kind te helpen. En soms heeft een kind ook zelf hulp nodig om hierin te groeien en te leren”.

Dit kan Caro beamen. “Mijn zoon viel voor het eerst in groep 1 op vanwege zijn gedrag. Hij was een beetje een einzelgänger, trok niet echt naar andere kinderen toe, maakte weinig contact met hen. Ook kon hij extreem intens reageren op dingen; heel hard (en lang) huilen over iets ogenschijnlijk kleins. Hij had een sterke eigen wil en was erg van slag als er plotseling iets veranderde. Zijn leerkracht van destijds maakte zich zorgen, ze suggereerde dat het haar wat deed denken aan autisme. Ik kon dat ergens wel volgen, maar ik zag thuis op veel vlakken een heel ander kind, dus dat leek me sterk”.

Ook Irene hoort dit vaak terug van ouders: “Vaak is het grote verschil tussen hoe een kind op school functioneert en hoe het thuis gaat de aanleiding om hulp in te gaan schakelen. Wat wij ook vaak horen is dat kinderen zich op school nog keurig weten aan te passen, en thuis komt dan alles in alle hevigheid eruit. Kinderen ontploffen, kunnen intens woedend en boos zijn. ‘Intens’ is echt het kernwoord voor hoogsensitieve kinderen; ze voelen alles intens en ze uiten alles intens”.

Caro vertelt ons lachend: “Toen Jim nog een peutertje was zei ik altijd al: Jim voelt alles in het kwadraat. Hij kan extreem vrolijk zijn, maar ook extreem boos en intens verdrietig. En op die leeftijd kon dit ook echt van de ene seconde op de andere omslaan. Boos worden gaat dan in 1 keer van 0 tot 100… er lijkt geen grijs, geen middenweg. Pas jaren na deze uitspraak ontdekte ik dat hier een naam voor is!”

“Deze intense beleving, het ervaren in extremen en de diepe verwerking ervan (veel waarom vragen, alles willen begrijpen), is wat hoogsensitieve kinderen onderscheidt van hooggevoelige kinderen, die ‘enkel’ prikkelgevoelig zijn. Wat wij vooral terugzien in ons dagelijks werk is de sterke eigen wil van hoogsensitieve kinderen, gecombineerd met die intense beleving. Dat maakt het erg moeilijk voor ouders”, aldus Irene. “Op een moment dat een kind psychosociale klachten begint te ontwikkelen, zoals grote onzekerheid, perfectionisme of faalangst, is het zeker tijd om aan de bel te trekken. Bij de hoogbegaafde kinderen (die vrijwel allemaal hoogsensitief zijn) zien we dit vaak nog veel sterker.”

 

Waar kun je terecht als er hulp nodig is?

 

Caro vertelt hoe het bij Jim gegaan is. “Pas toen Jim in groep 4 zat hadden we echt hulp nodig. Tot die tijd hadden we het zelf gered door heel veel te lezen over hoogsensitiviteit. We hebben in groep 3 een paar gesprekken gehad met de schoolmaatschappelijk werker, die ons tips bij de opvoeding van Jim gaf. Want dat hij ook in de opvoeding iets anders nodig had dan wij zelf geleerd hebben en om ons heen zien, was best moeilijk. Het maakte ons erg onzeker en zoekend, want die standaard opvoedtrucjes leken niet te werken. Goedbedoelde adviezen uit onze omgeving en veel tips uit opvoedboekjes werkten niet. Belonen? Straf? Vergeet het maar! Dit kan je als ouder erg onzeker maken; we hebben ons regelmatig afgevraagd wat we verkeerd deden…

Op een gegeven moment werd Jims stemming erg somber, hij was altijd maar moe, op school ging het niet meer lekker, hij wilde er niet meer naar toe. Samenwerken lukte maar moeilijk. Hij had weinig vriendjes. In de pauze zonderde hij zich af en vermaakte zich in zijn eentje. De juf vond dat hij een sociale vaardigheidstraining nodig had. Maar wij zagen thuis dat hij zich juist prima sociaal wist te verhouden tot andere (oudere) kinderen in zijn omgeving. Waarom lukte hem dat op school dan niet?! Hij wist ons op die leeftijd zelf al te vertellen dat hij zich niet zo thuis voelde tussen de andere kinderen in de klas, dat hij anders was… dat doet wat met je als ouder. Dit was het moment waarop we vonden dat er echt méér nodig was. In overleg met de leerkracht en de schoolmaatschappelijk werker kozen we niet voor een training sociale vaardigheden. We werden via de gemeente verwezen naar Senzai, gespecialiseerd in hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid, omdat iedereen er inmiddels wel van overtuigd was geraakt dat de kans groot was dat dit ten grondslag lag aan zijn gedrag. We wilden hen eerst eens laten meedenken, voordat we eventueel de molen van psychodiagnostisch onderzoek zouden instappen. Want dat woord autisme bleef toch ook nog ergens in ons achterhoofd hangen…”

Irene vult aan: “Er zijn inderdaad overeenkomsten in gedrag tussen kinderen met autisme en hoogsensitieve kinderen. En hoogsensitieve of hoogbegaafde kinderen kunnen natuurlijk daarnaast óók autistisch zijn. Gelukkig is er binnen de onderzoeken die psychologen uitvoeren wel een inhaalslag gemaakt de afgelopen 10 jaar; ook zij kijken steeds meer naar de oorzaak van gedrag en niet alleen maar naar het gedrag an sich, waardoor kinderen uiteindelijk de juiste hulp ontvangen die ze nodig hebben”.

“In het geval van Jim waren we er met de juiste hulp gelukkig snel achter dat hij hoogstwaarschijnlijk hoogbegaafd is en dus ook hoogsensitief. Autisme konden we met grote zekerheid doorstrepen volgens de deskundigen. Een intelligentieonderzoek behoorde tot de mogelijkheden, maar dat hebben we op dat moment nog niet laten afnemen omdat hij nog erg jong was. In overleg zijn er aanpassingen gedaan op school, hij heeft veel over zichzelf en de werking van zijn hersenen geleerd in persoonlijke begeleiding, en wij ouders samen met hem”, volgens Caro. “Ook heeft hij in de begeleiding geleerd  wat hij kan doen als zijn gevoelens hem teveel worden. En dat hij zelf ook thuis en bij de leerkracht moet gaan aangeven dat hij hulp of steun nodig heeft, want dat deed hij niet. Daardoor werden zijn emoties alleen maar groter, hij raakte ze niet kwijt. In die gesprekken heeft hij ook verteld waarom hij altijd zo alleen rond loopt op het speelplein… hij wil dan gewoon even rust, omdat de drukte van de klas veel van hem vraagt. Even ontprikkelen dus! Zo logisch eigenlijk… Later heeft hij nog deelgenomen aan een groep waarin hoogsensitieve en hoogbegaafde kinderen samen o.a. leren hoe ze hier sterker in kunnen worden. We kregen een heel ander kind terug, zo fijn! Hij is inmiddels uitgegroeid tot een bijna puber. Ondertussen is zijn hoogbegaafdheid bevestigd middels een intelligentieonderzoek, dat ons en de school een heleboel handvatten heeft gegeven over hoe hij het beste aangesproken kan worden op zijn niveau en ook hij écht tot leren komt. Hij gaat binnenkort de overstap maken naar het voortgezet onderwijs. Dat zien wij vol vertrouwen tegemoet! Hij is nog steeds een erg gevoelige jongen die alles intens beleeft, maar hij heeft zijn weg erin gevonden en wij als ouders ook. Hij redt zich wel!“

 

Claudia legt uit welke stappen je als ouder kunt zetten als je je zorgen maakt over je kind. “Aan elke school in de 046-regio is een jeugd- en gezinswerker verbonden, zoals bijvoorbeeld de schoolmaatschappelijk werker waar Caro zich bij heeft gemeld omdat ze vragen had over de opvoeding van Jim. Wij kunnen je op weg helpen door met je mee te denken. Wat zou er aan de hand kunnen zijn? Wat kun je als ouder anders doen in de opvoeding? Hoe kan een leerkracht ondersteunen? Als het nodig is gaan wij ook met kinderen zelf in gesprek. Over hun emoties, wat ze lastig vinden en wat ze fijn vinden, wat ze graag willen leren. Of ze kunnen samen met leeftijdsgenoten een training sociale vaardigheden bij ons volgen, of in een groepje werken aan faalangst. Het verbaast mij elke keer weer hoe goed kinderen zelf soms al weten wat ze nodig hebben! Zo herinner ik mij een meisje van 9 dat maar moeilijk in slaap kon komen. Zij was ook erg gevoelig, en benoemde heel letterlijk: ‘er zitten dan zoveel gedachten in mijn hoofd, dat het daar heel druk is als ik wil gaan slapen’. Met haar ouders heb ik o.a. gewerkt aan het meer rust en structuur brengen in de dag waardoor ze de vele prikkels beter kan verwerken, en het meisje heb ik ontspanningsoefeningen geleerd waardoor ze meer in haar lijf kwam en uit haar hoofd als het bedtijd was. Ook het bijhouden van een soort dagboekje heeft haar geholpen”.

Welke mogelijkheden zijn er nog meer? “Ook bij de kind- en jeugdpsychologen van het CJG Westelijke Mijnstreek kun je terecht als ouder. Ik werk daar nauw mee samen en verwijs daar zelf ook naar als ik bijv. twijfel of een kind niet ook psychodiagnostisch onderzoek nodig heeft, of als er meer aan de hand lijkt dan dat ouders zelf met behulp van opvoedingsondersteuning kunnen oplossen. Daarnaast bestaan er gelukkig ook organisaties die echt gespecialiseerd zijn in hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid zoals Senzai; ik overleg dan met Team Jeugd van de gemeente of deze vorm van hulp ingeschakeld kan worden door middel van een arrangement vanuit de jeugdwet. Onze taak als jeugd- en gezinswerkers binnen dit thema is het signaleren/herkennen van hoogsensitiviteit en eventueel hoogbegaafdheid, het ondersteunen van ouders in de opvoeding, het samenwerken met leerkrachten en kortdurende begeleiding van een kind. Maar dit persoonlijkheidskenmerk is zo specifiek, dat het ook kan betekenen dat er meer specialisme nodig is.”

Irene knikt instemmend terwijl ze verder vertelt: “Zoals Claudia al eerder zei is vroege signalering en herkenning, en indien nodig begeleiding, erg belangrijk. Hoe vroeger je als ouder ermee om leert gaan en je kind weet te begeleiden bij hoogsensitiviteit, hoe beter. Elk kind kent zijn uitdagingen in het leven, maar deze kinderen net een beetje meer. De andere kant hiervan is dat dit ze ook vormt, ze groeien er van. Het is belangrijk om deze kinderen wél gewoon in voor hen moeilijke of spannende situaties te plaatsen in plaats van ze ervan weg te halen en hiermee een schijnbare veiligheid te creëren die niet helpend is. Ze moeten leren hoe ze zichzelf staande kunnen houden en zichzelf leren kennen. Hoogsensitiviteit komt voor in zoveel verschillende gradaties, ook al betreft het maar 15 tot 20% van alle kinderen. Soms is hier dus echt wel specialistische kennis bij nodig, voor de kinderen maar ook voor hun ouders”.

 

Tips bij het opvoeden van een hoogsensitief kind:

 

  • Coachende opvoeding; D.w.z. meer volgend, minder autoritair. Dit lijkt toegeeflijk, maar op deze manier kun je óók grenzen aangeven in je gezin. Leg dingen uit, neem hun gevoel serieus, en doe dit in alle rust. Maar wees ook duidelijk en consequent in wat wel en niet kan in jullie gezin.
  • Positief opvoeden; Luistert je kind niet, is hij of zij snel boos of laat hij ‘lastig’ gedrag zien? Je kind doet dit niet expres, maar het gebeurt vanuit onmacht. Je kind geeft met z’n gedrag waarschijnlijk een signaal af dat er iets aan de hand is. Probeer rustig te blijven. Bij boosheid krijgt je kind nog meer prikkels en dan raakt het nog meer overstuur. Dit klinkt misschien logisch, maar soms is er niets zo lastig als rustig blijven. Straffen werkt dan averechts. Zeker bij gevoelige kinderen, omdat ze zich snel afgewezen voelen.
  • Erkenning; De intense gevoelens mogen er zijn. Leer je kind te vertalen wat het voelt, merkt en ziet. En dat dat oké is. Veel hoogsensitieve kinderen vertrouwen niet meer op hun eigen gevoel, zijn onzeker geworden door hun omgeving. Als ze leren om zelf oplossingen te bedenken bij de intense gevoelens, zullen ze niet altijd meer overspoeld worden en beter gaan ervaren wat van hen is en wat van een ander.
  • Herkenning; Leer je kind de signaalgevoelens van overprikkeling herkennen. Die zijn bij ieder kind anders. De een krijgt het warm, de ander wordt heel druk, weer een ander trekt zich terug in zichzelf. Vervolgens kan een kind zelf leren wat het kan doen als die signaalgevoelens er zijn; bijv. op school even naar de wc gaan zodat je even tot jezelf kunt komen.
  • Rust of prikkels; Het ene kind reageert heel goed op rust, maar een ander moet juist wat meer geprikkeld worden. De ene keer helpt een wandeling in het bos of de natuur heel goed, terwijl het een andere keer heel fijn kan zijn om flink op de trampoline te springen om spanning of frustratie kwijt te raken. Kijk goed naar je kind en naar de situatie.
  • Structuur; Kinderen die hooggevoelig zijn houden van duidelijkheid. Ze weten graag waar ze aan toe zijn. Houd zoveel mogelijk vast aan een vaste dagindeling, dit geeft rust voor je kind.
  • Voorspelbaarheid; Omdat hooggevoelige kinderen vaak moeite hebben met veranderingen, is het belangrijk om zo voorspelbaar mogelijk te zijn. Laat het je kind weten als je moet afwijken van de vaste structuur. Geef duidelijke uitleg en zorg dat je kind weet waar het aan toe is en wat er van hem of haar verwacht wordt. Voorkom verrassingen en bereid je kind goed voor op grote veranderingen, zoals een verhuizing, of de overgang naar een nieuwe klas of clubje. Deze gebeurtenissen kunnen voor hooggevoelige kinderen erg stressvol zijn, daarom is het belangrijk om de tijd te nemen om je kind goed voor te bereiden en om voldoende rust in te bouwen rondom deze gebeurtenissen.
  • Wat is van mij, wat is van een ander? Hoogsensitieve kinderen zien, horen, ruiken, proeven, merken en voelen heel veel. En daar denken ze vervolgens ook nog eens diep over na. Het is belangrijk dat ze leren zien waar zij zelf invloed op hebben, en waar niet. En dat ze een keuze hebben: laat ik al deze intense gevoelens heel diep binnenkomen, of mag het er ‘gewoon zijn’? Mag een kind dit van zichzelf gewoon voor waar aannemen, maar er verder niets mee doen? Mindfulness-oefeningen kunnen hier heel erg bij helpen.
  • Uitleg; als een kind zelf in de gaten heeft dat het anders functioneert dan de meeste kinderen, is het goed dat ze zichzelf leren kennen hierin. Het mag er zijn, het móet, want je raakt het niet kwijt.. hoogsensitieve kinderen zíjn oprecht anders. Het is belangrijk dat ze zichzelf begrijpen. Je kunt ze uitleggen dat iedereen voelsprieten heeft die van alles opvangen, of een radio-antenne. Maar bij hen zijn die voelsprieten of is die antenne nét iets langer waardoor er meer opgevangen wordt en ze gevoeliger zijn voor hun omgeving. Ze kunnen leren om die voelsprieten dichterbij zichzelf te houden, of om die antenne korter te maken.

Ook zijn er heel veel boekjes op de markt om samen met je kind te lezen, zodat het op speelse wijze inzicht in zichzelf krijgt en handvatten, en heel belangrijk: dat hij of zij niet de enige is die zo in elkaar steekt, dat er niets is om je voor te schamen. Voor pubers zijn er helaas nog niet zoveel boeken te verkrijgen, maar ook dat is volop in ontwikkeling.

  • Tijd geven; Hooggevoelige kinderen hebben meer tijd nodig. Ze nemen zoveel informatie in zich op dat het meer tijd kost om alles te verwerken. Een geduldige en rustige houding werkt het beste. Leg niet te veel druk op. Neem taken niet over, maar deel taken op in kleine, haalbare stapjes. Hierdoor heeft je kind het gevoel dat het een taak aan kan en durft je kind gemakkelijker een uitdaging aan te gaan. Dit is goed voor het zelfvertrouwen van je kind.
  • Doe wat werkt voor jou en voor je kind; Veel hooggevoelige kinderen hebben ook hooggevoelige ouders. Daarom is het goed om je gevoel te volgen en te doen wat voor jullie beiden werkt. Misschien krijg je veel adviezen van anderen, maar blijf bij jezelf. Observeer je kind om te zien wat bij hem of haar het beste werkt en luister naar je kind. Elk kind is anders en elk kind heeft daarom behoefte aan een andere aanpak. Werkt iets niet? Stop er dan mee. Werkt het wel? Doe er meer van!
  • Kwaliteit i.p.v. probleem; Zie de hooggevoeligheid ook als een mooie eigenschap: je kind kan veel aanvoelen, is opmerkzaam en denkt goed na. Dat zijn prachtige kwaliteiten!

 

Contact

 

Wil je wel graag met iemand in contact komen omdat je vragen of zorgen hebt over jouw kind of jouw gezin? Bel of stuur een whatsapp-bericht naar het CJG 046-8506910 of mail naar info@cjg-wm.nl en we zorgen dat jouw vraag op de juiste plek terecht komt.

 

Bron: Psychogoed, Senzai

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Irene Kesselaer (Senzai), Claudia Sanders (Partners in Welzijn) en Caro (moeder van Jim).

Geplaatst op 19 juni 2020 | Categorie Jongeren, nieuws, Peuter, Schoolkind

Vragen? Neem dan contact op!

Soms lopen de dingen niet zoals gehoopt. Samen met jou zoeken we naar een oplossing! Daarom kun je ons alles vragen over het opvoeden, opgroeien, de verzorging of gezondheid van jouw baby, peuter, kind en jongere. Wie wij zijn? Pedagogen, psychologen kind & jeugd en andere deskundigen. Wij werken in de regio Westelijke Mijnstreek actief samen met huisartsen, jeugdartsen en ketenpartners en denken graag met je mee (en vinden niets gek).

Bel onze professionals

 

Maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur.

Stel je vraag via WhatsApp

 

Maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur.

#opgroeienin046

Hulp nodig? Hallo zeggen? Of gewoon niks willen missen? Abonneer je dan nu!.

Onze partners

Opvoeden en opgroeien doe je samen! Wij werken daarom actief samen met gemeenten en partners uit de regio.