In de puberteit zijn veel tieners opeens heel erg bezig met hun eetgedrag. Dit roept vragen of zorgen op bij ouders: Waarom is het eten opeens zo´n ding? Wat gaat er precies in het hoofd van mijn kind om? Is dit wel normaal? Ik lijk mijn tiener niet te kunnen bereiken, wat nu? Heeft mijn kind een eetstoornis of iets anders?
Met dit 3e en laatste artikel in de serie over ‘eetgedrag in de puberteit’ sluiten Daphne Clabbers, kind- en jeugdpsycholoog bij het Centrum voor Jeugd en Gezin, en Irma van der Horst, jeugd- en gezinswerker/schoolmaatschappelijk werker bij Partners in Welzijn de serie af.
Het eerste artikel ging over hoe bepaald eetgedrag kan laten zien dat er een probleem is of een eetstoornis. Ook werd uitgelegd waarom sommige pubers op school soms anders (of amper) eten.
In het tweede artikel vertelde Irma haar persoonlijke verhaal, zij heeft in haar jeugd zelf te maken gehad met eetproblematiek. Ze legt door het delen van haar eigen ervaring vooral uit wat er achter bepaald eetgedrag kan zitten, omdat daar vaak de sleutel ligt tot beter begrijpen en tot herstel.
In dit laatste artikel leggen Daphne en Irma de verschillende soorten eetstoornissen uit. Je leest hoe ze kunnen ontstaan, welke signalen je kunt herkennen, wat de gevolgen kunnen zijn en welke hulp of behandeling mogelijk is.
Ook gaat het over preventie: hoe je eetproblemen eerder kunt herkennen en misschien kunt helpen voorkomen.
“Er zijn verschillende eetstoornissen. Ze lijken soms op elkaar, maar hebben zeker verschillen. Hieronder staan de meest voorkomende eetstoornissen met een korte uitleg.
Je eet (te) weinig, omdat je bang bent om aan te komen. Soms probeer je daarna ook calorieën te ‘compenseren’, bijvoorbeeld door veel te sporten, over te geven of laxeermiddelen te gebruiken. Vaak heb je het idee dat je te dik bent, ook als je juist ondergewicht hebt. Het kan ook voorkomen bij een normaal gewicht, als je heel strenge regels hebt rond eten en veel met eten en je gewicht bezig bent.
Je hebt terugkerende eetbuien waarbij je het gevoel hebt dat je de controle verliest. Daarna probeer je dit ongedaan te maken, bijvoorbeeld door over te geven, laxeermiddelen te nemen of extreem te sporten. Je gewicht is vaak normaal.
Je hebt regelmatig eetbuien. Je eet dan veel en snel, ook als je geen honger hebt. Na afloop voel je je vaak schuldig, verdrietig of somber. Anders dan bij boulimia probeer je meestal niet te compenseren (dus niet overgeven of extreem sporten). Dit kan leiden tot overgewicht.
Je vermijdt bepaald eten, bijvoorbeeld vanwege de structuur, smaak of kleur. Daardoor kun je afvallen of tekorten aan voedingsstoffen krijgen. Bij ARFID gaat het niet om lijnen of uiterlijk, maar om een sterke weerstand tegen bepaald voedsel.
Dit is geen officiële diagnose, maar het komt steeds vaker voor. Je bent dan obsessief bezig met ‘gezond’ eten en met sporten. Je kunt bijvoorbeeld steeds meer producten gaan vermijden (zoals koolhydraten of vetten) of je richt je alleen nog op eiwitten. Daardoor eet je eenzijdig en krijg je soms te weinig voedingsstoffen binnen. Dat kan zorgen voor lichamelijke klachten.”
“Een eetstoornis is vaak moeilijk te herkennen en te behandelen. Het gaat bijna nooit alleen om eten. Meestal zit er iets achter, zoals stress, onzekerheid of behoefte aan controle.
Dit zijn een paar belangrijke signalen, maar er zijn er meer. Professionals, zoals een huisarts of psycholoog, werken tegenwoordig met een uitgebreide signalenlijst en kunnen zo samen met jullie bekijken hoe ernstig de klachten zijn.
Twijfel je? Wacht dan niet te lang en bespreek het met iemand!”

“Eetstoornissen komen vaker voor bij meisjes en vrouwen, maar ook bij jongens en mannen komt het voor. Bij mannen of jongens uit het zich vaak eerder in dat iemand heel veel sport of extreem bezig is met spieropbouw. Een eetstoornis bij mannen wordt vaak minder snel herkend, maar er is gelukkig steeds meer aandacht voor.
Een eetstoornis ontstaat bijna nooit door één oorzaak. Meestal gaat het om een mix van persoonlijke factoren en invloeden uit de omgeving.
Een eetstoornis kan op elke leeftijd beginnen. Toch start het vaak in of net na de puberteit. In die periode verandert er veel en voelen veel jongeren zich onzeker. Maar het kan dus ook eerder of later ontstaan.”
“Een eetstoornis kan lichamelijke, psychische en sociale gevolgen hebben. Niet iedereen ervaart op al deze manieren klachten. De risico’s worden wel groter als een eetstoornis lang niet wordt herkend. Veel lichamelijke klachten ontstaan doordat je lichaam te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt. Je lichaam heeft die voedingsstoffen nodig als ‘brandstof’ om goed te kunnen werken.
“In het ervaringsverhaal van Irma zagen we hoe patronen kunnen ontstaan, zoals jezelf vergelijken, perfectionisme en moeite hebben met emoties. Soms kunnen die patronen bijdragen aan het ontstaan en in stand blijven van een eetprobleem.
In dit laatste artikel kijken we vooruit: wat kun jij als ouder doen om je kind een stevige basis mee te geven, zodat het minder kwetsbaar is?
Eetstoornissen zijn complex en je kunt ze niet altijd voorkomen. Toch kun je als ouder of opvoeder veel doen om de veerkracht van je kind te vergroten. Preventie gaat niet over het goed letten op eten. Het gaat vooral om het zorgen voor een sterke basis: een positief zelfbeeld, gezonde manieren om met stress om te gaan en een veilige omgeving waarin gevoelens er mogen zijn.
Als je als ouder aandacht geeft aan de groeithema’s hieronder, help je je kind om beschermende factoren op te bouwen.
Kinderen die zichzelf beter kennen en waarderen, hebben minder kans om zichzelf steeds te vergelijken met anderen. Ook zijn ze minder gevoelig voor perfectionisme en de behoefte om alles te controleren.
Een gezond lichaamsbeeld gaat niet alleen over uiterlijk. Het gaat vooral om respect en waardering voor je lichaam.
Eetproblemen kunnen ontstaan als iemand niet goed weet wat te doen met gevoelens. Kinderen voelen vaak veel, maar hebben nog niet altijd de woorden of vaardigheden om die emoties te begrijpen en ermee om te gaan.
Sociale media hebben veel invloed op hoe kinderen en jongeren naar zichzelf kijken (zie ook: Social media en identiteitsontwikkeling) en op hoe ze met eten omgaan.
Een kind dat zich gezien en gesteund voelt, heeft minder behoefte aan controle via eten.
Dit onderdeel wordt vaak vergeten, maar het kan juist helpen en werkt beschermend.

“Soms blijven de zorgen en twijfels bestaan, ook als je veel doet om problemen te voorkomen. Het eetgedrag kan toch problematisch blijven of verder verslechteren. Belangrijk om te weten: als ouder sta je er niet alleen voor!
De schoolmaatschappelijk werkers van Partners in Welzijn en de psychologen bij het CJG kunnen op elk moment met je meedenken.
Samen bekijken we welke hulp past. Soms is lichte begeleiding genoeg. Bijvoorbeeld hulp bij omgaan met emoties, stress of sociale druk. Worden de zorgen groter, dan is er mogelijk specialistische hulp nodig. Wij bieden die specialistische behandeling niet zelf, maar we denken graag met je mee over een passende vervolgstap (behandeling) en hoe je daar komt.
Welke hulp dan nodig is, hangt af van de situatie en van wat een kind nodig heeft. Soms zijn een paar gesprekken genoeg. Dat kunnen gesprekken zijn met je kind alleen, met het gezin, of in een groep (bijvoorbeeld met leeftijdgenoten die hetzelfde meemaken).
Hoe intensief de behandeling is, kan verschillen. In sommige gevallen is opname nodig, maar dat is zeker niet altijd zo. Een zorgaanbieder kijkt altijd stap voor stap met jullie wat op dat moment nodig is.
Het is belangrijk dat er niet alleen naar eten en gewicht wordt gekeken, maar ook naar de oorzaken achter het probleem.”
(bron: wijzijnMIND.nl, Thuisarts.nl, Parnassiagroep, stichting Kiem, Changes GGZ, eetstoornissen.nl)
Misschien vind je deze artikelen waarin professionals van het CJG of Partners in Welzijn aan het woord zijn over allerlei thema’s ook interessant:
Heb je naar aanleiding van dit artikel een vraag? Wil je graag met iemand in contact komen omdat je vragen of zorgen hebt? Bel of stuur een whatsapp-bericht naar het CJG 046-8506910 of mail naar info@cjg-wm.nl en we zorgen dat jouw vraag op de juiste plek terecht komt.
Geplaatst op 20 april 2026 | Categorie Jongeren, Ouderschap, Schoolkind
Opvoeden en opgroeien doe je samen! Wij werken daarom actief samen met gemeenten en partners uit de regio.