Heeft mijn kind een eetstoornis? | CJG & PIW bloggen

20 april 2026

In de puberteit zijn veel tieners opeens heel erg bezig met hun eetgedrag. Dit roept vragen of zorgen op bij ouders: Waarom is het eten opeens zo´n ding? Wat gaat er precies in het hoofd van mijn kind om? Is dit wel normaal? Ik lijk mijn tiener niet te kunnen bereiken, wat nu? Heeft mijn kind een eetstoornis of iets anders?

 

Met dit 3e en laatste artikel in de serie over ‘eetgedrag in de puberteit’ sluiten Daphne Clabbers, kind- en jeugdpsycholoog bij het Centrum voor Jeugd en Gezin, en Irma van der Horst, jeugd- en gezinswerker/schoolmaatschappelijk werker bij Partners in Welzijn de serie af.

 

Het eerste artikel ging over hoe bepaald eetgedrag kan laten zien dat er een probleem is of een eetstoornis. Ook werd uitgelegd waarom sommige pubers op school soms anders (of amper) eten.

 

In het tweede artikel vertelde Irma haar persoonlijke verhaal, zij heeft in haar jeugd zelf te maken gehad met eetproblematiek. Ze legt door het delen van haar eigen ervaring vooral uit wat er achter bepaald eetgedrag kan zitten, omdat daar vaak de sleutel ligt tot beter begrijpen en tot herstel.

 

In dit laatste artikel leggen Daphne en Irma de verschillende soorten eetstoornissen uit. Je leest hoe ze kunnen ontstaan, welke signalen je kunt herkennen, wat de gevolgen kunnen zijn en welke hulp of behandeling mogelijk is.
Ook gaat het over preventie: hoe je eetproblemen eerder kunt herkennen en misschien kunt helpen voorkomen.

 

Verschillende eetstoornissen

 

“Er zijn verschillende eetstoornissen. Ze lijken soms op elkaar, maar hebben zeker verschillen. Hieronder staan de meest voorkomende eetstoornissen met een korte uitleg.

 

Anorexia nervosa

Je eet (te) weinig, omdat je bang bent om aan te komen. Soms probeer je daarna ook calorieën te ‘compenseren’, bijvoorbeeld door veel te sporten, over te geven of laxeermiddelen te gebruiken. Vaak heb je het idee dat je te dik bent, ook als je juist ondergewicht hebt. Het kan ook voorkomen bij een normaal gewicht, als je heel strenge regels hebt rond eten en veel met eten en je gewicht bezig bent.

 

Boulimia nervosa

Je hebt terugkerende eetbuien waarbij je het gevoel hebt dat je de controle verliest. Daarna probeer je dit ongedaan te maken, bijvoorbeeld door over te geven, laxeermiddelen te nemen of extreem te sporten. Je gewicht is vaak normaal.

 

Eetbuistoornis (binge eating disorder)

Je hebt regelmatig eetbuien. Je eet dan veel en snel, ook als je geen honger hebt. Na afloop voel je je vaak schuldig, verdrietig of somber. Anders dan bij boulimia probeer je meestal niet te compenseren (dus niet overgeven of extreem sporten). Dit kan leiden tot overgewicht.

 

Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis (ARFID)

Je vermijdt bepaald eten, bijvoorbeeld vanwege de structuur, smaak of kleur. Daardoor kun je afvallen of tekorten aan voedingsstoffen krijgen. Bij ARFID gaat het niet om lijnen of uiterlijk, maar om een sterke weerstand tegen bepaald voedsel.

 

Orthorexia

Dit is geen officiële diagnose, maar het komt steeds vaker voor. Je bent dan obsessief bezig met ‘gezond’ eten en met sporten. Je kunt bijvoorbeeld steeds meer producten gaan vermijden (zoals koolhydraten of vetten) of je richt je alleen nog op eiwitten. Daardoor eet je eenzijdig en krijg je soms te weinig voedingsstoffen binnen. Dat kan zorgen voor lichamelijke klachten.”

 

Signalen: waar kun je op letten?

 

“Een eetstoornis is vaak moeilijk te herkennen en te behandelen. Het gaat bijna nooit alleen om eten. Meestal zit er iets achter, zoals stress, onzekerheid of behoefte aan controle.

 

Signalen die mogelijk op een eetstoornis kunnen wijzen:
  • Eten vermijden, heel kieskeurig worden of steeds kleinere porties nemen. Of juist eetbuien hebben.
  • Liegen over wat er gegeten is (bijvoorbeeld: “Ik heb al gegeten”).
  • Schuldgevoelens bij wat of hoeveel je gegeten hebt.
  • Strenge regels hebben over eten en die moeilijk kunnen loslaten.
  • Onrust voelen als je bepaalde producten moet eten.
  • Maaltijden overslaan.
  • Veel bezig zijn met ‘goed’ en ‘slecht’ eten, en hier veel over opzoeken.
  • De lichaamshouding of kledingstijl verandert plots (bijvoorbeeld wijde kleding dragen om gewichtsverlies te verbergen).
  • Situaties vermijden waar gegeten wordt, zoals verjaardagen of uit eten gaan.
  • Snel geïrriteerd zijn, terugtrekken, of heel veel controle willen over de dagindeling.
  • Dwangmatig sporten of andere dwanghandelingen.
  • Sterke toename of afname in gewicht.
  • Vaak wisselend gewicht (schommelingen).

 

Dit zijn een paar belangrijke signalen, maar er zijn er meer. Professionals, zoals een huisarts of psycholoog, werken tegenwoordig met een uitgebreide signalenlijst en kunnen zo samen met jullie bekijken hoe ernstig de klachten zijn.

Twijfel je? Wacht dan niet te lang en bespreek het met iemand!”

 

puber wil niet eten; kijkt verveeld en treuzelt, speelt met eten

 

Hoe ontstaat een eetstoornis?

 

“Eetstoornissen komen vaker voor bij meisjes en vrouwen, maar ook bij jongens en mannen komt het voor. Bij mannen of jongens uit het zich vaak eerder in dat iemand heel veel sport of extreem bezig is met spieropbouw. Een eetstoornis bij mannen wordt vaak minder snel herkend, maar er is gelukkig steeds meer aandacht voor.

 

Een eetstoornis ontstaat bijna nooit door één oorzaak. Meestal gaat het om een mix van persoonlijke factoren en invloeden uit de omgeving.

 

Deze 5 dingen kunnen meespelen:
  • Veel bezig zijn met gewicht en uiterlijk, en je lichaam anders zien dan het is.
  • Negatieve gevoelens, zoals angst, stress of somberheid.
  • Weinig zelfvertrouwen of een negatief zelfbeeld.
  • Moeite hebben met emotieregulatie (het herkennen van gevoelens en ermee omgaan).
  • Problemen in contact met andere mensen. Bijvoorbeeld: veel afhankelijk zijn van anderen, spanningen thuis in het gezin, of vervelende/negatieve reacties van mensen om je heen.

 

Een eetstoornis kan op elke leeftijd beginnen. Toch start het vaak in of net na de puberteit. In die periode verandert er veel en voelen veel jongeren zich onzeker. Maar het kan dus ook eerder of later ontstaan.”

 

Gevolgen van een eetstoornis

 

“Een eetstoornis kan lichamelijke, psychische en sociale gevolgen hebben. Niet iedereen ervaart op al deze manieren klachten. De risico’s worden wel groter als een eetstoornis lang niet wordt herkend. Veel lichamelijke klachten ontstaan doordat je lichaam te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt. Je lichaam heeft die voedingsstoffen nodig als ‘brandstof’ om goed te kunnen werken.

 

Lichamelijke gevolgen
  • Weinig energie en snel moe zijn
  • Minder conditie, spierafbraak en lusteloosheid
  • Minder goed honger of een volle maag aanvoelen
  • Grotere kans op uitdroging, bijvoorbeeld door overgeven of laxeermiddelen
  • Gebitsproblemen door vaak overgeven
  • Vocht vasthouden (bijvoorbeeld in de benen), waardoor je opzet
  • Een (te) laag gewicht voor je lengte. Maar dat is niet standaard zo. Bij een eetbuistoornis is er juist vaker risico op overgewicht.
  • Koude handen en voeten
  • Dun donsachtig haar op je lichaam en een droge, schilferige huid
  • Dof haar of haaruitval
  • Menstruatie die uitblijft. Op langere termijn kunnen ook problemen met vruchtbaarheid ontstaan, zowel bij vrouwen en meisjes als mannen en jongens.
  • Bloedarmoede, bijvoorbeeld door ijzertekort
  • Maag- en darmklachten; zoals buikpijn, verstopping of klachten door overgeven/laxeermiddelen
  • Hartklachten; zoals een lage hartslag, lage bloeddruk, lage bloedsuiker en vermindering van kalium wat een oorzaak kan zijn van hartritmestoornissen. Je kunt daardoor duizelig worden.
  • Botontkalking
  • Minder goed groeien (bij kinderen en jongeren)
  • Bij een eetbuistoornis: meer risico op diabetes, hoge bloeddruk en een hoog cholesterol

 

Psychische en sociale gevolgen
  • Somberheid of depressieve klachten. Soms is dit een oorzaak, soms een gevolg.
  • Stemmingswisselingen
  • Je terugtrekken, je eenzaam voelen en spanningen met ouders of vrienden (bijvoorbeeld door de strijd rond eten of door het teruggetrokken gedrag)
  • Minder goed kunnen concentreren
  • Angst en schaamte
  • Onzekerheid
  • Problemen op school, soms zelfs (tijdelijk) stoppen
  • Slaapproblemen
  • Gedachten aan de dood of aan zelfdoding.”

 

Preventie: hoe bouw je aan een stevige basis?

 

“In het ervaringsverhaal van Irma zagen we hoe patronen kunnen ontstaan, zoals jezelf vergelijken, perfectionisme en moeite hebben met emoties. Soms kunnen die patronen bijdragen aan het ontstaan en in stand blijven van een eetprobleem.

In dit laatste artikel kijken we vooruit: wat kun jij als ouder doen om je kind een stevige basis mee te geven, zodat het minder kwetsbaar is?

 

Eetstoornissen zijn complex en je kunt ze niet altijd voorkomen. Toch kun je als ouder of opvoeder veel doen om de veerkracht van je kind te vergroten. Preventie gaat niet over het goed letten op eten. Het gaat vooral om het zorgen voor een sterke basis: een positief zelfbeeld, gezonde manieren om met stress om te gaan en een veilige omgeving waarin gevoelens er mogen zijn.

 

Als je als ouder aandacht geeft aan de groeithema’s hieronder, help je je kind om beschermende factoren op te bouwen.

 

Zelfvertrouwen versterken en een realistisch zelfbeeld opbouwen

Kinderen die zichzelf beter kennen en waarderen, hebben minder kans om zichzelf steeds te vergelijken met anderen. Ook zijn ze minder gevoelig voor perfectionisme en de behoefte om alles te controleren.

 

  • Help je kind ontdekken wie het is: Wie ben ik? Wat vind ik belangrijk? Wat heb ik nodig?
  • Moedig je kind aan om mild te zijn voor zichzelf. Laat zien dat fouten maken erbij hoort en dat je daarvan leert. Zo groeit de groeimindset. Dus niet: ‘Zo ben ik nu eenmaal’, maar: ‘Ik mag fouten maken; daarvan leer ik en word ik sterker’.
  • Laat je kind naar zichzelf kijken zoals een goede vriend(in) dat zou doen: met begrip en vriendelijkheid.
  • Praat samen over wat je kind over zichzelf gelooft. Klopt dat? Helpt het? Of maakt het dingen juist moeilijker?
  • Geef vooral procesgerichte feedback: prijs inzet en aanpak, niet alleen het resultaat. Bijvoorbeeld: ‘Wat heb je dit slim aangepakt’ in plaats van ‘Wat heb je een goed cijfer gehaald!’

 

Een positief lichaamsbeeld ontwikkelen

Een gezond lichaamsbeeld gaat niet alleen over uiterlijk. Het gaat vooral om respect en waardering voor je lichaam.

 

  • Laat kind zien dat ‘mooi zijn’ niet alleen om het uiterlijk gaat. Het gaat ook om wie je bent, wat je leuk vindt en hoe je met anderen omgaat.
  • Leg uit dat gezond zijn meer is dan een bepaald gewicht of een bepaald uiterlijk.
  • Richt de aandacht op wat het lichaam allemaal kan. Bijvoorbeeld: bewegen, spelen, leren en herstellen. Niet alleen op hoe het lichaam eruitziet.
  • Stimuleer zelfzorg. En help je kind te luisteren naar signalen van het lichaam, zoals honger, moeheid en grenzen.

 

Omgaan met emoties

Eetproblemen kunnen ontstaan als iemand niet goed weet wat te doen met gevoelens. Kinderen voelen vaak veel, maar hebben nog niet altijd de woorden of vaardigheden om die emoties te begrijpen en ermee om te gaan.

 

  • Praat regelmatig en open over emoties: fijne én lastige gevoelens. Leg uit dat gevoelens er zijn om gevoeld te worden, niet om ze weg te duwen.
  • Laat als ouder zien hoe jij met emoties omgaat. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik ben nu gespannen, dus ik haal even rustig adem.’ Je kind leert veel door jou te observeren en zal dit (onbewust) overnemen.
  • Bespreek dat kwetsbaar zijn normaal is en nodig. Laat je kind merken dat steun vragen mag en helpt.
  • Leg uit dat emoties nuttig zijn. Ze geven signalen, bijvoorbeeld dat je iets spannend vindt of dat je behoefte hebt aan rust.
  • Laat je kind nadenken over stress: wat geeft stress, wat doe je dan, en wat helpt wel of niet? Bedenk samen gezonde manieren om te ontspannen, zoals met iemand praten, bewegen, iets leuks doen of een korte ademhalingsoefening (uit het hoofd, in het lijf). 

 

Mediaweerbaarheid

Sociale media hebben veel invloed op hoe kinderen en jongeren naar zichzelf kijken (zie ook: Social media en identiteitsontwikkeling) en op hoe ze met eten omgaan.

 

  • Praat samen over de voordelen én nadelen van social media.
  • Leg uit dat je op social media vaak alleen de mooiste momenten ziet. Dat is meestal niet het echte, complete leven.
  • Leer je kind kritisch te kijken naar foto’s en boodschappen. Bespreek vragen zoals: moet je er altijd perfect uitzien? Moet je altijd laten zien dat je gelukkig bent?
  • Let er samen op wanneer social media je kind somber, onzeker of onrustig maken. Bedenk dan wat helpt, zoals pauze nemen, accounts ontvolgen of iets anders gaan doen.
  • Kijk ook naar je eigen voorbeeld als ouder. Praat je vaak over afvallen of diëten? Probeer je zelf aan een ideaalbeeld te voldoen? Volg je (misschien wel het zoveelste) trenddieet? Maak je wel eens opmerkingen over het gewicht van anderen? Dan kan je kind dat overnemen.

 

Verbondenheid en steun

Een kind dat zich gezien en gesteund voelt, heeft minder behoefte aan controle via eten.

 

  • Help je kind herkennen wat steun is. Oefen ook hoe je om hulp kunt vragen.
  • Praat over gezonde vriendschappen. Bespreek ook hoe belangrijk een veilige, fijne omgeving is op school, sport of online.
  • Geef je kind, waar het kan, keuzes en eigen inspraak. Laat het meedenken en meepraten.
  • Toon oprechte interesse. Laat merken: je bent goed zoals je bent.

 

Slaap, ritme en samen eten

Dit onderdeel wordt vaak vergeten, maar het kan juist helpen en werkt beschermend.

  • Genoeg slaap helpt je kind om overdag beter met emoties om te gaan en stress beter aan te kunnen.
  • Vaste eetmomenten en een rustige sfeer aan tafel geven structuur en een veilig gevoel.
  • Samen eten zonder strijd en zonder opmerkingen over eten of uiterlijk zorgt voor meer verbondenheid.”

 

een eetbui; op de voorgrond pizza en friet, op de achtergrond een persoon met een bak onder de mond omdat ze gaat overgeven

 

Wat als het eetprobleem erger wordt en misschien een eetstoornis wordt?

 

“Soms blijven de zorgen en twijfels bestaan, ook als je veel doet om problemen te voorkomen. Het eetgedrag kan toch problematisch blijven of verder verslechteren. Belangrijk om te weten: als ouder sta je er niet alleen voor!

De schoolmaatschappelijk werkers van Partners in Welzijn en de psychologen bij het CJG kunnen op elk moment met je meedenken.

Samen bekijken we welke hulp past. Soms is lichte begeleiding genoeg. Bijvoorbeeld hulp bij omgaan met emoties, stress of sociale druk. Worden de zorgen groter, dan is er mogelijk specialistische hulp nodig. Wij bieden die specialistische behandeling niet zelf, maar we denken graag met je mee over een passende vervolgstap (behandeling) en hoe je daar komt.

 

Behandeling

Welke hulp dan nodig is, hangt af van de situatie en van wat een kind nodig heeft. Soms zijn een paar gesprekken genoeg. Dat kunnen gesprekken zijn met je kind alleen, met het gezin, of in een groep  (bijvoorbeeld met leeftijdgenoten die hetzelfde meemaken).
Hoe intensief de behandeling is, kan verschillen. In sommige gevallen is opname nodig, maar dat is zeker niet altijd zo. Een zorgaanbieder kijkt altijd stap voor stap met jullie wat op dat moment nodig is.
Het is belangrijk dat er niet alleen naar eten en gewicht wordt gekeken, maar ook naar de oorzaken achter het probleem.”

 

(bron: wijzijnMIND.nl, Thuisarts.nl, Parnassiagroep, stichting Kiem, Changes GGZ, eetstoornissen.nl)

 

Meer professional blogs lezen?

 

Misschien vind je deze artikelen waarin professionals van het CJG of Partners in Welzijn aan het woord zijn over allerlei thema’s ook interessant:

 

 

Vragen? Contact?

 

Heb je naar aanleiding van dit artikel een vraag? Wil je graag met iemand in contact komen omdat je vragen of zorgen hebt? Bel of stuur een whatsapp-bericht naar het CJG 046-8506910 of mail naar info@cjg-wm.nl en we zorgen dat jouw vraag op de juiste plek terecht komt.

 

 

Geplaatst op 20 april 2026 | Categorie Jongeren, Ouderschap, Schoolkind

terug
homepage

Vragen? Neem dan contact op!

Je kunt ons alles vragen over het opvoeden, opgroeien, de verzorging of gezondheid van je baby, peuter, basisschoolkind of jongeren.

Heb je vragen naar aanleiding van de artikelen? Wil je graag met iemand in contact komen omdat je vragen of zorgen hebt? Bel of stuur een whatsapp-bericht naar het CJG 046-8506910 of mail naar info@cjg-wm.nl en we zorgen dat jouw vraag op de juiste plek terecht komt.

Bel onze professionals

 

Maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur.

Stel je vraag via WhatsApp

 

Maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 17.00 uur.

Onze partners

Opvoeden en opgroeien doe je samen! Wij werken daarom actief samen met gemeenten en partners uit de regio.

meer over onze partners