In dit artikel deelt Irma haar ervaringsverhaal over de eetproblemen in haar jeugd. Irma: “Ik wil laten zien wat er aan de binnenkant kan gebeuren. Door mijn eigen ervaring te delen, hoop ik ouders te helpen om achter het eetgedrag van hun kind te kijken en te zien wat er werkelijk speelt. Want wanneer je voorbij het eetgedrag kijkt en het kind ziet, ontstaat er ruimte voor herstel.”
Irma is werkzaam als jeugd- en gezinswerker bij Partners in Welzijn. In het artikel Eetgedrag in de puberteit legt ze, samen met haar collega jeugdpsycholoog Daphne van het CJG, uit wat het verschil is tussen een eetprobleem en een eetstoornis, welke signalen je als ouder kunt herkennen en waarom pubers soms anders eten op school.
Irma: “Dat artikel gaf vooral inzicht in wat je aan de buitenkant kunt zien. Vanuit mijn eigen ervaringen wil ik ook delen hoe eetproblemen een manier kunnen zijn om grip te krijgen op je binnen- en buitenwereld. Ik denk dat ouders hier iets aan kunnen hebben zodat ze hun kind dat met eetproblematiek te maken heeft beter kunnen begrijpen en ondersteunen. Daarom vertel ik mijn persoonlijke verhaal.”
“Als kind voelde ik veel, maar wist ik niet hoe ik dat moest uiten. Ik pikte signalen op, paste me aan en werd een soort kameleon. Ik nam gedrag, gewoontes en zelfs stemmetjes over van de kinderen met wie ik omging. Mijn moeder kon vaak precies raden met wie ik had afgesproken, omdat ik daarna hetzelfde stemmetje gebruikte. Het lijkt onschuldig, maar het was een teken dat ik mezelf kwijt was.
Ik wist niet goed wie ik zelf was of wat ik nodig had, dus leunde ik op anderen. Ik vergeleek mezelf voortdurend met leeftijdsgenoten, vanuit een sterke behoefte om erbij te horen. Een ander deed het in mijn ogen altijd beter. Ik herinner me dat een vriendin haar bureaulaatje op een bepaalde manier had ingericht. Ik wilde dat ook; niet omdat het bij mij paste, maar omdat het bij háár hoorde. Dan zou het wel ‘goed genoeg’ zijn, dacht ik.
Rond mijn tiende begon uiterlijk een steeds grotere rol te spelen, en daarmee groeide ook het vergelijken. Ik legde mezelf langs de meetlat van anderen en schoot in mijn eigen ogen altijd tekort.”
“Wat ik achteraf ben gaan begrijpen, is dat de eerste signalen van mijn worsteling al zichtbaar waren voordat mijn eetgedrag veranderde. Mijn gevoeligheid, het aanpassen, het vergelijken, het perfectionisme en het moeite hebben met emoties uiten waren vroege signalen. Dat zijn precies de momenten waarop ouders preventief al veel kunnen betekenen: door nieuwsgierig te zijn naar wat er onder het gedrag zit, door gevoelens te erkennen en door ruimte te geven aan wie een kind écht is. Eetproblematiek ontstaat vaak pas veel later, als een manier om grip te krijgen op iets wat van binnen al langere tijd moeilijk is.”
“Ik weet nu dat mijn eetproblematiek geen opstandigheid was en geen bewuste keuze. Het was een signaal. Een manier om controle te krijgen over een te volle binnenwereld en een buitenwereld waarin ik mezelf steeds verloor. Het was als een duivels stemmetje in mijn hoofd, dat ik moeilijk kon uitschakelen. Niet‑eten gaf me een gevoel van houvast, maar eigenlijk was het schijnveiligheid.
Het begon met calorieën tellen. Iedere dag weer opnieuw. Ik legde mezelf strenge regels op: hoeveel ik mocht eten en hoeveel ik moest bewegen per dag. Bij vriendinnen en familie probeerde ik me zo ‘normaal’ mogelijk te gedragen. Op sociale gelegenheden at ik gewoon mee met de lekkere snacks op tafel. De dag erna strafte ik mezelf door minder te eten, zodat het in mijn hoofd weer ‘in balans’ was. Het verbloemen van mijn eetstoornis werd bijna een tweede natuur. Mijn ouders en vriendinnen voelden wel aan dat er iets niet klopte, maar stonden machteloos aan de zijlijn.”
“Juist daarom is vroeg herkennen zo belangrijk. Vaak zie je eerst kleine verschuivingen in gedrag, emoties of routines. Het zijn signalen die op zichzelf onschuldig lijken, maar samen iets kunnen vertellen over hoe een kind zich van binnen voelt. Bij mij uitte zich dat bijvoorbeeld in het feit dat ik steeds vaker zelf wilde bepalen wat ik opschepte. Wanneer mijn ouders hierin meedachten of iets aanreikten, kon ik onverwacht gefrustreerd raken. Het ging daarbij niet om het eten zelf, maar om het gevoel van controle dat ik op dat moment zo hard nodig had.
Bewegen vond ik belangrijk en soms deed ik dit stiekem op mijn slaapkamer om ervoor te zorgen dat ik genoeg calorieën had verbrand. Eten gooide ik op school weg, zodat het leek alsof ik alles had opgegeten. Toch vielen er dingen op die moeilijk te verbergen waren. Mijn vriendinnen zagen dat ik niet gegeten had. Mijn menstruatie bleef ineens uit. Ik had het vaak koud. Ik had meer en meer behoefte aan controle: lijstjes, vaste routines, alles ‘goed willen doen’.
Omdat signalen soms subtiel en verwarrend kunnen zijn, gaan Daphne en ik in ons volgende artikel over eetproblematiek dieper in op wat ouders kunnen herkennen en hoe je daar op een veilige manier op kunt aansluiten. Juist door vroeg in te spelen op gedrag en emoties kun je voorkomen dat een kind verder vastloopt. Herstel begint niet bij eten, maar bij gezien worden.”
“Als ik nu terugkijk, zie ik hoe mijn ouders mijn steun en toeverlaat waren. Zij kozen er bewust voor om naast me te gaan staan, door mijn eetstoornis los te zien van mij als persoon. Mijn eetstoornis was niet wie ik was, maar waar ik moeite mee had. Ik had iets anders nodig, namelijk zelfliefde.
Mijn ouders gaven mij die onvoorwaardelijke liefde, zonder mij ooit het gevoel te geven dat ik fout was of niet goed genoeg was. Mijn broer had hier soms iets meer moeite mee. Hij zat midden in de puberteit en begreep niet waarom ik niet ‘gewoon normaal’ mee at. Dit zorgde regelmatig voor frustraties aan tafel. Door zijn frustratie reageerde ik ook met frustratie, waardoor ik nog meer in de weerstand schoot. Ik voelde me totaal niet begrepen. Nu weet ik dat hij me alleen maar wilde beschermen.”
“Mijn ouders waren liefdevol, maar hadden daarnaast ook grenzen. Toen ik maar bleef afvallen, gaven zij aan dat het zo niet langer kon. Als ik zelf geen verandering kon maken, zouden zij hulp voor me gaan zoeken. Dat was hun grens. Ondanks dat ik zelf ontkende dat ik hulp nodig had, was dit uiteindelijk wel de grens die ik nodig had. Ook al zag ik dit zelf nog niet.
Mijn ouders gingen op zoek naar passende hulp, die in die tijd nog schaars was. Uiteindelijk vonden ze een goede organisatie waar ik lotgenoten ontmoette. Voor het eerst voelde ik: ik ben niet de enige. Dat maakte het probleem minder groot en minder eenzaam. Door die herkenning ontstond ruimte om naar binnen te kijken: wat had ik echt nodig? Wat voelde ik? Waar ging het écht over? Naast dat mijn ouders steun boden, riepen mijn ouders ook vrienden, familie op om me te blijven steunen.
Ik ontving veel kaartjes, maar ook kleine cadeautjes. Dit gaf mij heel erg het gevoel dat ik gezien werd. Wat weer kracht gaf om door te gaan. Zij bouwden letterlijk een steunnetwerk om mij heen. Door de vele lieve gebaren kreeg ik steeds meer het gevoel dat ik er mocht zijn.”
“Tot slot wil ik ouders graag iets meegeven, waarmee ze hun kind al vroeg kunnen ondersteunen:
Stel open vragen, luister met aandacht en laat emoties er bestaan zonder ze direct te willen oplossen. Het gevoel dat emoties er mogen zijn, zonder oordeel, geeft veiligheid.
Hoe eerder je als ouder aansluit bij wat er onder het gedrag speelt, hoe groter de kans dat je voorkomt dat een kind verder vastloopt.
Onder het gedrag zit vaak angst, onzekerheid, perfectionisme of een behoefte aan controle.
Mijn ouders zeiden: ‘We accepteren niet langer dat de eetstoornis jou in onveiligheid brengt. We gaan er alles aan doen om ons te verzetten tegen de eetstoornis. We weten dat je dit kunt!’ Juist dat vertrouwen gaf mij hoop en kracht, ook op momenten dat ik het zelf niet meer voelde.
Laat merken: ‘Ik zie jou. De eetstoornis is iets waar je mee worstelt, niet wie je bent.’ Dit voorkomt dat het kind zich afgewezen voelt, wat de eetstoornis alleen maar in stand houdt.
Kaartjes, berichtjes, kleine gebaren; ze laten voelen dat een kind er niet alleen voor staat.
En onthoud: je hoeft het niet perfect te doen! Kleine stappen, kleine momenten van verbinding en aanwezigheid maken al verschil. Soms simpelweg door te vragen: ‘Hoe gaat het met je?’
Kinderen nemen dit onbedoeld over.
Een ontspannen ouder geeft een kind veiligheid.”
“In dit 2e artikel heb ik vooral mijn persoonlijke ervaring gedeeld en vanuit mijn perspectief een inkijk gegeven in wat ouders kunnen herkennen. En hoe zij ermee om kunnen gaan.
>> 1e artikel in de reeks over eetgedrag lezen? Eetgedrag in de puberteit | CJG & PIW bloggen
In het 3e en laatste artikel van deze reeks over eetgedrag gaan Daphne en ik dieper in op de verschillende vormen van eetstoornissen, hoe ze kunnen ontstaan, welke signalen daarbij horen, wat de mogelijke gevolgen zijn en welke vormen van behandeling er zijn.
We staan dan ook stil bij wat ouders preventief kunnen doen om vroeg aan te sluiten bij de binnenwereld van hun kind. Zo hopen we ouders nog meer handvatten te geven om hun kind op een veilige en liefdevolle manier te ondersteunen.
Ik dank jullie voor het lezen van mijn persoonlijke verhaal, en sluit af met een quote.”
Heb je naar aanleiding van dit artikel een vraag? Wil je graag met iemand in contact komen omdat je vragen of zorgen hebt? Bel of stuur een whatsapp-bericht naar het CJG 046-8506910 of mail naar info@cjg-wm.nl en we zorgen dat jouw vraag op de juiste plek terecht komt.
Geplaatst op 13 maart 2026 | Categorie Jongeren, Ouderschap, Schoolkind
Opvoeden en opgroeien doe je samen! Wij werken daarom actief samen met gemeenten en partners uit de regio.