Meiden kunnen loyaal en zorgzaam zijn, maar vriendschappen kunnen ook giftig zijn. We noemen het ook wel meidenvenijn, met onderhuidse pesterijen zoals buitensluiten, roddelen en groepsdruk. Stacey Wagemans en Tahnee Schoonbrood, schoolmaatschappelijk werkers bij Partners in Welzijn, weten er alles van.
Als schoolmaatschappelijk werkers komen ze ‘meidenvenijn’ vaak tegen in het primair en voortgezet onderwijs. “Het is belangrijk om hier structureel aandacht aan te besteden, zowel in de begeleiding als preventief met een voorlichting of training.”
Meidenvenijn verwijst naar subtiel, indirect pestgedrag en agressie onder meisjes. “Daardoor is het moeilijk te signaleren. Bij jongens zie je vaak fysiek of verbaal agressief gedrag. Meidenvenijn is minder zichtbaar maar beschadigt de relaties en sociale veiligheid net zo goed.”
• Opzettelijk buitensluiten (‘Jij mag niet bij ons zitten.’)
• Roddelen of geheimen delen
• Vriendschappen inzetten als machtsmiddel (‘Als je met haar omgaat, ben je niet meer mijn vriendin.’)
• De ene dag je beste vriendin zijn, en de volgende dag doen alsof je niet bestaat.
Dit soort gedrag kan diep ingrijpen op het zelfbeeld en de sociale veiligheid van kinderen. Omdat het niet zichtbaar ‘schreeuwt of knalt’, blijft het vaak onbenoemd. “Maar het effect is minstens zo schadelijk.”

Tahnee (l) en Stacey (r)
Meiden leren over het algemeen nog steeds van jongs af aan dat het belangrijk is om ‘lief’ te zijn. Direct, boos of confronterend gedrag wordt bij hen sneller afgekeurd dan bij jongens. Daardoor uiten meiden gevoelens zoals jaloezie, onzekerheid of boosheid vaak minder openlijk. Deze emoties komen dan naar buiten in subtiele vormen van uitsluiting of sociale druk.
“Groepsdruk en sociale media spelen een grote rol. Spanningen kunnen ontstaan of uitvergroot worden in groepsapps of op platforms als TikTok en Instagram. Wat overdag onuitgesproken blijft, kan ’s avonds via schermen escaleren.”
Jongens maken ruzie op een directere, fysieke of verbale manier. Hun conflicten zijn vaak snel voorbij. Maar ook jongens kunnen bijdragen aan meidenvenijn, zij het minder opvallend.
Ze kunnen bijvoorbeeld:
• Meedoen met buitensluiten
• Meelachen met roddels of vervelende opmerkingen
• Er niks van zeggen als ze zien dat iets niet oké is
• Het gedrag normaliseren (‘Zo zijn meiden nou eenmaal’)
Ze kunnen ook invloed hebben op de hiërarchie, de rangorde binnen meidenvriendschappen,” vertellen Tahnee en Stacey. “Zeker als status of aandacht van jongens een rol speelt binnen de meidengroep. Wie wordt er leuk gevonden, wie hoort erbij? Concurrentie om de aandacht van jongens kan vriendschappen onder druk zetten en het venijn versterken.
Daarom betrekken we bij voorlichting op scholen altijd de hele klas, jongens én meiden. Meidenvenijn is een groepsprobleem, geen meidenprobleem. En dus een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”
“Om dit gedrag bespreekbaar te maken, geven wij voorlichting aan hele klassen, van groep 5 in het basisonderwijs tot klassen in het voortgezet onderwijs. Deze voorlichting kan het hele schooljaar worden aangevraagd. Vaak gebeurt dit naar aanleiding van signalen van onrust, maar preventief werken is minstens zo belangrijk. Hoe eerder, hoe beter. We gebruiken de methodiek ‘Meidenvenijn is niet fijn’, een interactieve les van 1,5 uur.
• Werken we met illustraties van meiden die de verschillende groepsrollen verbeelden (zoals leider, volger, slachtoffer)
• Bespreken we wat de kinderen zien, zónder oordeel (‘Ze heeft make-up op’ i.p.v. ‘Ze heeft te veel make-up op’)
• Staan we stil bij positieve en minder helpende eigenschappen
• Reflecteren kinderen op hun eigen rol in de klas (en op andere plekken, zoals sportclubs en verenigingen)
De les eindigt met de boodschap: behandel een ander zoals je zelf behandeld wil worden.”

Positief aan de slag: complimenten tijdens de voorlichting en de training
“Soms is één voorlichtingsles niet genoeg. Bij diepere conflicten bieden we een vervolgtraject aan: de meidenvenijn training. Deze training is voor alle meiden in de klas, inclusief stille volgers en buitenstaanders, omdat zij ook bijdragen aan de groepsdynamiek.
De training onthult wat onderhuids al maanden of jaren speelt. Soms vloeien er tranen en ontstaan heftige gesprekken, maar dit geeft ruimte voor herstel, nieuwe dynamieken en groei. De meiden leren zichzelf en elkaar beter begrijpen, vriendschap veilig te houden, grenzen aan te geven en dingen anders te doen.”
“Meidenvenijn stopt niet op je twaalfde of na de middelbare school. Het verandert van vorm en komt voor in het studentenleven, op het werk, in vriendengroepen en zelfs in het bejaardenhuis. Het zit in fluisterculturen, uitsluiting, verdraaien van verhalen en de stille strijd om erbij te horen.
Dit thema raakt ons ook persoonlijk. Als schoolmaatschappelijk werkers zien we de schade en kracht van meiden(dynamiek). Het bespreekbaar maken van ‘meidenvenijn’ helpt niet alleen kinderen, maar ook onszelf – als collega, moeder, vriendin, buurvrouw, of leidinggevende.”
“Meidenvenijn is niet fijn. Maar het is wél te doorbreken. Niet met één les of een simpel gesprek, maar door tijd, aandacht en de bereidheid om te kijken naar wat er écht speelt in een groep. En dat doen wij in ons dagelijks werk – samen met leerlingen, leerkrachten, docenten en ouders. Want als kinderen zich veilig voelen, kunnen ze groeien. En daar doen we het voor!”
Stacey en Tahnee geven de volgende tips aan ouders:
Vragen als “Met wie heb je vandaag gespeeld?” werken beter dan “Hoe was school?”
Reageer niet te snel met oplossingen of boosheid.
Niet iedereen hoeft een vriendin te zijn, wel een klasgenoot.
Stil gedrag, buikpijn of sociale onrust kunnen tekenen zijn.
Wat doet je dochter als er iets vervelends gedeeld wordt? Wat zou ze willen doen?
Hoe los jij als ouder zelf ruzies op? Hoe praat je zelf over anderen?
Ook voor professionals en vrijwilligers (in het onderwijs, bij sportverenigingen en jeugdclubs) hebben Tahnee en Stacey een aantal tips:
Wie hoort er structureel niet bij?
Herhaal dit regelmatig.
Wie is de leider? Wie de volgers? De buitenstaanders?
Laat ook als professional, jeugdleider, trainer of coach zien dat bepaald gedrag niet oké is.
Samen zie je meer!
Ze zijn onderdeel van groei.
Kijk voor meer informatie op de website van Partners in Welzijn: www.partners-in-welzijn.nl
Contact opnemen kan via: info@piw.nl of 046 – 457 57 00
Met dank aan Stacey Wagemans en Tahnee Schoonbrood voor het interview en aan Sanne Linssen voor de fotografie.
Heb je naar aanleiding van dit artikel een vraag? Wil je graag met iemand in contact komen omdat je vragen of zorgen hebt? Bel of stuur een whatsapp-bericht naar het CJG 046-8506910 of mail naar info@cjg-wm.nl en we zorgen dat jouw vraag op de juiste plek terecht komt.
Geplaatst op 17 april 2026 | Categorie Jongeren, Schoolkind
Opvoeden en opgroeien doe je samen! Wij werken daarom actief samen met gemeenten en partners uit de regio.